Longoperatie

Een longoperatie een chirurgische ingreep waarbij een deel van de long (lobectomie of wigexcisie) of de volledige long (pneumonectomie) wordt verwijderd. Deze operatie wordt meestal uitgevoerd bij longkanker, uitzaaiingen van andere kankers, hardnekkige ontstekingen of onbekende longafwijkingen. Tegenwoordig is de ingreep in de regel minimaal invasief, dit heet dan VATS (Video Assisted Thoracic Surgery). In dit artikel lees je alles over de anatomie van de longen, de voorbereiding op de ingreep, het verloop van de operatie, mogelijke complicaties en het herstel na de operatie.

Anatomie van de longen

De longen bevinden zich in de borstholte. De rechterlong bestaat uit drie kwabben, de linkerlong uit twee. Tussen beide longen ligt het mediastinum, waarin zich het hart, de luchtpijp, slokdarm, grote bloedvaten, zenuwen en lymfeklieren bevinden. De longen zijn omgeven door het longvlies, dat tegen het borstvlies aanligt. Tussen beide vliezen heerst een negatieve druk die essentieel is voor het openhouden van de longen. Als deze druk verdwijnt — door bijvoorbeeld een operatie, een ongeval, roken, hoesten of niezen — kan een klaplong (pneumothorax) ontstaan.

De weg van de ingeademde lucht

De ingeademde lucht komt via de neus of mond in de luchtpijp (trachea) en splitst zich in het mediastinum in twee hoofdvertakkingen: de bronchiën. Elke bronchus leidt naar een long, waar verdere vertakkingen uitmonden in de longblaasjes. Hier vindt de gasuitwisseling plaats: zuurstof wordt opgenomen in het bloed, koolstofdioxide wordt uitgeademd.

Wanneer is een longoperatie nodig?

Een longoperatie kan noodzakelijk zijn bij:

  • Longkanker
  • Uitzaaiingen van andere kankers
  • Aanhoudende infecties
  • Goedaardige longafwijkingen
  • Onbekende afwijkingen waarvan men de aard pas tijdens de ingreep kan bepalen

Diagnose en voorbereiding

Vaak staat het operatieplan op voorhand vast, maar soms wordt de definitieve aanpak pas tijdens de ingreep bepaald. Als er vóór de operatie geen duidelijke diagnose is, wordt een vriescoupe uitgevoerd. Hierbij onderzoekt de patholoog tijdens de operatie het verdachte weefsel om snel een diagnose te stellen.

Bent u allergisch voor pleisters, jodium of gebruikt u bloedverdunners? Meld dit dan tijdig aan de chirurg. Zorg ook dat de huid op de plaats van de ingreep goed schoon is. Draag geen sieraden in de buurt van het operatiegebied.

Verloop van de operatie

De ingreep gebeurt onder algemene verdoving. Je krijgt ofwel een epidurale pijnpomp (via een slangetje bij het ruggenmerg) voor pijnstilling tijdens en na de operatie ofwel een intercostaal pompje waarbij de katheter in de tussenribspieren gestoken wordt en daar de zenuwen kan blokkeren.

De chirurg bereikt de long via enkele kleine incisies tussen de ribben. Met een camera en lange instrumenten worden de weefsels in de borstholte gemanipuleerd. Afhankelijk van de grootte en ligging van het gezwel en eventuele uitzaaiingen, wordt beslist of men een segment (segmentectomie), een longkwab (lobectomie) of de volledige long (pneumonectomie) verwijdert.

Na de ingreep worden doorgaans twee drainageslangen in de borstholte geplaatst om lucht en vocht af te voeren. Dit voorkomt een klaplong en bevordert de espansie van het overgebleven longweefsel.

Mogelijke complicaties

Zoals bij elke ingreep zijn er risico’s:

  • Nabloeding of wondinfectie
  • Massaal bloedverlies door beschadiging van grote bloedvaten
  • Hartritmestoornissen, meestal goed te behandelen met medicatie
  • Luchtlekkage bij afgebonden bronchiën of longweefsel, waardoor de long niet volledig open blijft (kan dagen tot weken duren)
  • Zenuwbeschadiging, wat heesheid kan veroorzaken
  • Atelectase (verstopping van de luchtwegen door slijm), mogelijk leidend tot longontsteking

De kans dat iemand de ingreep niet overleeft, ligt tussen 0 en 6%. Niet opereren bij longkanker leidt echter vrijwel altijd tot overlijden. De kans op complicaties hangt af van je leeftijd, lichamelijke conditie en de ernst van de aandoening.

Herstel na de operatie

Na de ingreep verblijf je minstens één nacht op intensieve zorgen. Indien je toestand stabiel is, keer je daarna terug naar de gewone afdeling. De epidurale pijnpomp blijft meestal enkele dagen in gebruik; nadien krijg je pijnstilling via het infuus.

Je krijgt ademhalingstherapie, medicatie en aerosols om je longfunctie te verbeteren. Het overgebleven longweefsel neemt de functie van het verwijderde deel over. Bij een volledige longverwijdering vult de ruimte zich met vocht en vormt zich uiteindelijk littekenweefsel.

Na 5 à 10 dagen mag je naar huis of een revalidatiecentrum. Je komt één keer op controle bij de chirurg, daarna word je verder opgevolgd door de longarts. Afhankelijk van het resultaat van de operatie krijg je eventueel nog chemotherapie of radiotherapie.