Littekenbreuk (eventratie)

Een littekenbreuk, ook wel eventratie genoemd, is een veelvoorkomende complicatie na een buikoperatie. Het ontstaat wanneer het buikvlies uitpuilt door een zwakke plek of opening in de buikwand ter hoogte van een oud operatielitteken. Dit gebeurt wanneer de buikwandspieren onvoldoende zijn hersteld, waardoor er een breukpoort ontstaat. Door deze opening kan buikinhoud, zoals vetweefsel, darmen of zelfs de blaas, naar buiten uitpuilen.

Oorzaken en risicofactoren

Littekenbreuken ontstaan meestal als gevolg van een verzwakking van de buikwand na een eerdere operatie. De kans op een littekenbreuk neemt toe bij:

  • Slechte wondgenezing (bloeduitstorting, wondinfectie)
  • Slechte algemene conditie of ondervoeding
  • Overgewicht of snelle gewichtstoename
  • Chronisch hoesten (bijvoorbeeld door roken of longziekten)
  • Obstipatie of veelvuldig persen bij stoelgang of plassen
  • Zware fysieke inspanning of tillen

Symptomen van een littekenbreuk

De klachten zijn erg individueel en variëren van mild tot ernstig. Veelvoorkomende symptomen zijn:

  • Een zachte zwelling of bult ter hoogte van een oud litteken
  • Drukkend of branderig gevoel rond de zwelling
  • Pijn bij bewegen, hoesten of persen
  • Misselijkheid en braken

Wanneer de breuk ingeklemd raakt (de inhoud zit vast en keert niet meer terug in de buikholte), kan dit leiden tot ernstige complicaties zoals:

  • Afgesneden bloedtoevoer naar de darm (darmnecrose)
  • Verstopping van de darm (ileus)
  • Hevige pijn en algemene malaise

In dat geval is het belangrijk met spoed medische hulp te zoeken.

Diagnose van een littekenbreuk

De arts stelt de diagnose meestal op basis van een lichamelijk onderzoek: een bult of zwelling ter hoogte van het litteken. Bij twijfel wordt aanvullend onderzoek gedaan, zoals een echografie of CT-scan, om de omvang van de breuk en de inhoud van de breukzak te beoordelen.

Behandeling: chirurgie is de enige oplossing

Een littekenbreuk geneest niet vanzelf. Een operatie is nodig om de buikwand te herstellen en de breuk te sluiten. Er bestaan verschillende chirurgische technieken, afhankelijk van de grootte en plaats van de breuk. In ons ziekenhuis voeren we de volgende behandelingen uit:

1. Open littekenbreukherstel

Bij deze methode maakt de chirurg een insnede ter hoogte van het litteken. De breukzak wordt vrijgemaakt, leeggemaakt en terug in de buik gebracht. Vervolgens wordt de buikwand versterkt met een kunststoffen mat (prothese) die veilig en goed door het lichaam wordt aanvaard.

Mogelijke complicaties:

  • Nabloeding of bloeduitstorting
  • Wondinfectie
  • Recidief (nieuwe littekenbreuk)

2. Laparoscopisch littekenbreukherstel

Dit is onze standaardmethode. Via drie kleine sneetjes in de linkerflank brengt de chirurg een kijkbuis en instrumenten in de buikholte. De breuk wordt van binnenuit hersteld en er wordt een prothese geplaatst vóór de breukpoort. Deze methode is minder belastend en resulteert in een sneller herstel.

Mogelijke complicaties zijn vergelijkbaar met de open techniek.

Voorbereiding op de operatie

  • Meld het gebruik van medicatie zoals bloedverdunners aan je arts.
  • Geef allergieën (voor jodium, pleisters, enz.) tijdig door.
  • Zorg voor een propere huid in het operatiegebied.
  • Verwijder sieraden en juwelen op voorhand.
  • Regel vervoer: je mag na de operatie niet zelf rijden.

Herstel na de ingreep

Bij kleine littekenbreuken kan een dagopname haalbaar zijn, globaal blijven mensen echter minstens één nacht in het ziekenhuis. De pijn wordt behandeld met paracetamol, ontstekingsremmers (tenzij contraindicatie) en indien nodig morfinepreparaten. Thuis zet je de pijnstilling verder met paracetamol en ontstekingsremmers.

Belangrijke richtlijnen voor herstel:

  • Niet autorijden gedurende 1 week
  • Wandelen mag vanaf de dag na de operatie
  • Fietsen na 3 weken
  • Zware arbeid of tillen pas na 6 weken
  • Ondersteun de wond bij hoesten of persen
  • Draag gedurende 3 weken dag en nacht een buikband, daarna nog 3 weken overdag
  • Resorbeerbare hechtingen, wondcontrole na 10 dagen bij de huisarts
  • Controle op consultatie na 3 weken