Liesbreuk en waterbreuk bij kinderen
Een liesbreuk of waterbreuk bij kinderen komt regelmatig voor, vooral bij jongetjes. Beide aandoeningen ontstaan tijdens de ontwikkeling van de baby in de buik van de moeder. In deze tekst leggen we uit wat een liesbreuk en een waterbreuk precies zijn, hoe ze herkend kunnen worden, en wat de behandeling inhoudt. Deze informatie helpt ouders om snel en adequaat te reageren wanneer er een zwelling in de liesstreek van hun kind optreedt.
Ontstaan van liesbreuk en waterbreuk bij kinderen
Tijdens de zwangerschap migreren bij jongetjes de teelballen met de zaadleiders van de buik naar het scrotum. Bij meisjes ontwikkelt zich een ophangband van de baarmoeder. Bij beide geslachten ontstaat er tijdelijk een kanaaltje in het buikvlies. Normaal sluit dit kanaal spontaan na de geboorte door verkleving. Als dit niet volledig gebeurt, kunnen zich afwijkingen ontwikkelen.
Wanneer het kanaal gedeeltelijk open blijft en zich vocht ophoopt, spreekt men van een waterbreuk of hydrocoele. Dit komt uitsluitend voor bij jongetjes en het vocht kan zich bevinden rond de teelbal of in de zaadstreng. Als het kanaal volledig open blijft, kunnen buikorganen zoals darmen of vetweefsel naar buiten uitpuilen. In dat geval spreken we van een liesbreuk. Liesbreuken komen vaker voor bij jongetjes dan bij meisjes.
Symptomen van een liesbreuk of waterbreuk
Zowel een liesbreuk als een waterbreuk uit zich in een zwelling in de liesstreek, aan één of beide zijden. Deze zwelling valt het meest op bij verhoogde druk in de buik, zoals bij hoesten, huilen of persen. Meestal is de zwelling wegdrukbaar en veroorzaakt ze geen pijn.
Een liesbreuk kan echter beklemd raken. Dat betekent dat de inhoud klem komt te zitten in de breuk en de bloedtoevoer wordt afgesneden. In zo’n geval heeft het kind veel pijn, wordt misselijk en moet braken indien de inhoud een darm betreft. De zwelling is dan hard, pijnlijk en niet meer terug te duwen. Dit is een medisch spoedgeval waarbij onmiddellijke hulp noodzakelijk is.
Een waterbreuk daarentegen is meestal onschuldig en veroorzaakt zelden klachten. Toch wordt ook een hydrocoele geopereerd als ze na het eerste levensjaar blijft bestaan of groter wordt.
Behandeling van liesbreuk en waterbreuk
De enige effectieve behandeling is een operatie. Deze gebeurt onder algemene verdoving en via daghospitalisatie, zodat het kind dezelfde dag nog naar huis mag. Bij een liesbreuk wordt de breukzak – de uitstulping van het buikvlies – opgezocht, geleegd en volledig verwijderd. Bij een waterbreuk wordt het vlies verwijderd dat verantwoordelijk is voor de vochtproductie.
De chirurg maakt een kleine snede in de lies, meestal aan één kant. Soms wordt er tijdens de operatie besloten om ook de andere kant preventief te behandelen, zeker als daar ook een zwakke plek wordt opgemerkt.
Mogelijke complicaties
Hoewel het een relatief veilige ingreep is, zijn er zoals bij elke operatie mogelijke risico’s. De meest voorkomende complicaties zijn:
- Bloeduitstorting of nabloeding
- Wondinfectie
- Terugkomen van de breuk
- Liesbreuk aan de andere kant in de toekomst
Voorbereiding op de operatie
Voor een vlotte ingreep is een goede voorbereiding belangrijk. Zorg ervoor dat de chirurg weet of je kind:
- Medicatie gebruikt
- Allergisch is voor pleisters, jodium of andere stoffen
Daarnaast moet je kind nuchter zijn op de dag van de operatie. Laat juwelen en sieraden thuis om verlies of beschadiging te voorkomen.
Herstel na de operatie
Als je kind goed wakker is, geplast heeft, kan eten en drinken zonder misselijkheid, mag het dezelfde dag nog naar huis. Kinderen geven zelf goed aan wat ze wel en niet kunnen. De meeste kinderen zijn snel weer actief en mogen doorgaans na een paar dagen weer naar school. Toch wordt aangeraden om het in de eerste week rustig aan te doen.
Pijn kan worden verlicht met paracetamol (suppo’s of siroop). Een lichte koorts tot 38,5°C is normaal in de eerste dagen. Dankzij een plastic verband mag het kind gewoon douchen.
Er zijn geen hechtingen te verwijderen, enkel wondcontrole bij de huisarts. Na drie weken volgt een controleafspraak bij de specialist.